Afgelopen maandag, 5 oktober, kwamen dyslexie-experts, ervaringsdeskundigen, onderwijsprofessionals, wetenschappers en beleidsmakers samen voor het symposium ‘Dyslexie en Zelfbeeld’. Het symposium werd georganiseerd door de HOI Foundation, in samenwerking met de Academische Werkplaats Rudolf Berlin Center van de Universiteit van Amsterdam, en vond plaats in het kader van de Week van Dyslexie.

Dyslexie heeft niet alleen gevolgen voor het leren lezen en spellen. De ervaringen die kinderen en jongeren opdoen rondom lezen, leren en school kunnen ook van invloed zijn op hun zelfbeeld en welbevinden. Tijdens het symposium stond daarom de vraag centraal: wat betekent dyslexie voor het zelfbeeld van kinderen en jongeren en hoe kunnen we hen daarin zo goed mogelijk ondersteunen?

De middag startte met inspirerende bijdragen van Pol Ghesquière en Marije Kuin.

Pol Ghesquière ging in op de rol van zelfbeeld en de bredere sociaal-emotionele ontwikkeling bij leren en gedrag. Zelfbeeld, leren en gedrag beïnvloeden elkaar voortdurend. De manier waarop een kind zichzelf en zijn eigen mogelijkheden ziet, kan bijvoorbeeld invloed hebben op de manier waarop het leert, uitdagingen aangaat en reageert op moeilijkheden. Andersom kunnen ervaringen in het leren en op school het zelfbeeld van een kind weer versterken of juist onder druk zetten.

Marije Kuin zoomde vervolgens in op de neerwaartse cirkel die bij dyslexie kan ontstaan. Wanneer lezen en spellen veel moeite kosten, kunnen kinderen negatieve leerervaringen opdoen. Dit kan hun vertrouwen en motivatie beïnvloeden, waardoor zij minder snel nieuwe uitdagingen aangaan en minder positieve leerervaringen opdoen. Zo kan een patroon ontstaan waarin dyslexie en een negatief zelfbeeld elkaar versterken.

Een belangrijk uitgangspunt is dan ook dat kinderen niet alleen moeten ervaren dat ze iets kunnen, maar ook dat ze durven te leren, fouten mogen maken en succeservaringen kunnen opdoen. Marije Kuin liet zien hoe dit gedachtegoed ook terugkomt in de door haar ontwikkelde COMET-training.

Na de presentaties gingen de aanwezigen aan de slag: vanuit hun eigen achtergrond gingen zij met elkaar in gesprek over de vraag hoe we de aandacht voor zelfbeeld en dyslexie verder kunnen versterken.

Daarbij stond niet alleen de vraag centraal wat we weten over zelfbeeld en dyslexie, maar vooral ook: hoe kunnen we elkaar vanuit onze verschillende rollen aanvullen? En wat is er nodig om zelfbeeld en welbevinden een nog vanzelfsprekender onderdeel te maken van de begeleiding van kinderen en jongeren met dyslexie?

Ook de rol van de omgeving kwam nadrukkelijk aan bod. Leerkrachten en andere professionals kunnen vanuit hun dagelijkse omgang met leerlingen een belangrijke beschermende rol spelen. Door aan te sluiten bij de mogelijkheden van een leerling, ruimte te bieden voor succeservaringen en aandacht te hebben voor hoe een kind naar zichzelf kijkt, kunnen zij helpen voorkomen dat negatieve ervaringen zich opstapelen.

Het symposium bracht wetenschappelijke kennis, professionele ervaring en ervaringskennis bij elkaar. Die combinatie leverde waardevolle gesprekken op en liet zien hoeveel mogelijkheden er zijn om vanuit verschillende perspectieven samen te werken aan betere ondersteuning voor kinderen en jongeren met dyslexie.

Het symposium vormt daarnaast het startpunt voor een digitale broedplaats, waarin ouders, professionals en wetenschappers elkaar ook na deze middag kunnen blijven ontmoeten, kennis kunnen delen en samen kunnen werken aan nieuwe inzichten en oplossingen.

We kijken terug op een geslaagde en inspirerende middag, met waardevolle bijdragen, mooie ontmoetingen en vooral veel goede gesprekken over een onderwerp dat meer aandacht verdient: de invloed van dyslexie op zelfbeeld en welbevinden, en de manier waarop we kinderen en jongeren hierin kunnen ondersteunen.